Je mag een werknemer maximaal drie tijdelijke contracten geven, en samen mogen ze niet langer dan drie jaar duren. Krijgt iemand een vierde tijdelijk contract of werkt hij langer dan drie jaar achter elkaar op tijdelijke contracten bij jou, dan heeft hij volgens de Rijksoverheid automatisch een vast contract. Dat staat in de ketenregeling, die in de wet voorkomt dat tijdelijke contracten eindeloos worden verlengd. Het artikel in het Burgerlijk Wetboek is 7:668a.

Zo telt de keten

Alle contracten met dezelfde werkgever tellen mee, en contracten die elkaar opvolgen met een pauze van maximaal zes maanden vormen samen één keten. Is de pauze langer dan zes maanden, dan begint de teller opnieuw. Voor terugkerend tijdelijk werk (maximaal negen maanden per jaar) geldt een pauze van maximaal drie maanden, maar alleen als de cao dat zo regelt.

Eén van de twee grenzen is genoeg. Twee contracten van elk twee jaar leveren dus ook een vast dienstverband op, omdat het totaal boven de drie jaar uitkomt, ook al blijft het aantal contracten onder de drie. Hieronder een paar situaties.

SituatieGevolg
Drie contracten van elk 12 maanden, direct op elkaarNa drie jaar is de grens bereikt; een vierde contract is vast
Vier contracten van elk 6 maanden, direct op elkaarHet vierde contract is een vast contract
Twee contracten, 8 maanden pauze, dan een nieuw contractDe keten begint opnieuw
Twee contracten van samen 2 jaar, dan een derde van 14 maandenNa drie jaar loopt de arbeidsovereenkomst door als vast contract

Een voorbeeld met data

Je geeft iemand drie contracten van elk twaalf maanden: van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2027, daarna tot en met 31 januari 2028 en daarna tot en met 31 januari 2029. Voor het eerste contract moet je uiterlijk op 31 december 2026 schriftelijk laten weten dat je verlengt of niet, voor het tweede op 31 december 2027. Na het derde contract is de grens van drie contracten en drie jaar bereikt. Wil je dat de samenwerking doorgaat, dan kan dat alleen met een vast contract. Een vierde tijdelijk contract wordt automatisch een vast contract.

De aanzegvergoeding laat zich eenvoudig uitrekenen. Verdient de medewerker 3.000 euro bruto per maand en zeg je helemaal niets aan, dan betaal je 3.000 euro. Zeg je een week te laat aan, dan is dat ongeveer 700 euro.

Opeenvolgende werkgevers

De ketenregeling stopt niet bij een andere werkgever. Volgens de Rijksoverheid geldt dat ook voor meer dan drie tijdelijke contracten voor hetzelfde werk bij opeenvolgende werkgevers, bijvoorbeeld een uitzendbureau gevolgd door de opdrachtgever zelf, of na een overname. Hoe de driejaarsgrens werkt bij opeenvolgende werkgevers staat op de pagina niet helder; vraag bij twijfel advies aan het Juridisch Loket of een jurist.

Uitzonderingen

De Rijksoverheid noemt als uitzonderingen onder meer:

  • een leerovereenkomst in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL);
  • werknemers jonger dan 18 jaar die gemiddeld hooguit 12 uur per week werken;
  • tijdelijke vervangers van een zieke leraar in het basis- of speciaal onderwijs;
  • sectoren die met tijdelijke contracten werken, zoals topsport;
  • een afwijkende regeling in de cao.

Meer bijzondere functies staan in de Regeling ketenbepaling bijzondere functies. Heeft jouw sector een cao, kijk daar dan eerst in, want de cao mag van de wettelijke regeling afwijken.

Verlengen of niet: de aanzegtermijn

Bij een tijdelijk contract van zes maanden of langer moet je de werknemer uiterlijk een maand voor het einde van het contract schriftelijk laten weten of je het contract verlengt. Als je verlengt, vermeld je de voorwaarden. Doe je dat niet, dan gelden de voorwaarden van het vorige contract. Je kunt ook bij het sluiten van het contract schriftelijk afspreken dat het niet wordt verlengd; dan hoef je later niets meer aan te zeggen. Dat staat op Ondernemersplein.

Vergeet je het, dan betaal je een vergoeding. Zeg je helemaal niets aan, dan is dat een bruto maandsalaris; ben je te laat, dan is de vergoeding evenredig: een week te laat betekent een week salaris. Dat meldt de Rijksoverheid. De aanzegtermijn geldt niet bij een tijdelijk contract korter dan zes maanden, bij een uitzendbeding of bij een contract zonder einddatum, zoals een contract voor de duur van een project. De vergoeding vervalt bij faillissement, surseance van betaling of schuldsanering.

Wat verandert er in 2028

De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Volgens de Rijksoverheid krijgen flexwerkers vanaf 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en werktijden. Of die wet ook de ketenregeling zelf wijzigt, staat niet op de pagina; tot 2028 geldt de regeling hierboven.

Praktisch: een contractenlijst

Houd per medewerker een lijst bij met begin- en einddatum van elk contract. Tel het aantal contracten en bereken de optelsom van de duur. Zet de datum van de aanzegging in je agenda, een maand voor het einde, en leg de brief vast. Wil je een medewerker houden, dan kun je het tweede contract ook meteen vast maken in plaats van twee keer te verlengen. Wie een eerste medewerker aanneemt, vindt in het stappenplan voor je eerste medewerker wat je daarvoor regelt.

Veelgestelde vragen

Telt een pauze van drie maanden mee?

Ja. Een pauze van maximaal zes maanden verbreekt de keten niet. Pas bij meer dan zes maanden begint je teller opnieuw.

Moet ik aanzeggen bij een contract van vier maanden?

Nee. De aanzegtermijn geldt bij contracten van zes maanden of langer.

Mag de cao ruimere regels hebben?

Ja. Waar de cao afwijkt, gaat de cao voor. Controleer dat voor je een derde of vierde contract aanbiedt.